Ja, een gemeente mag afwijken van het bestemmingsplan, maar alleen onder strikte voorwaarden en via een vastgestelde procedure. Afwijken is geen vrijblijvende keuze: er moet altijd een wettelijke grondslag zijn, en de afwijking moet goed onderbouwd worden. Bij complexe ruimtelijke vraagstukken kan een bureau als BoschSlabbers gemeenten ondersteunen met een stevige onderbouwing via een beeldkwaliteitsplan of landschapsvisie. In dit artikel lees je wanneer afwijken is toegestaan, welke procedures gelden en wat de risico’s zijn.
Een gemeente mag afwijken van het bestemmingsplan wanneer een activiteit niet past binnen de geldende regels, maar er wel een wettelijke bevoegdheid bestaat om een uitzondering te maken. Dit kan gaan om een tijdelijke situatie, een specifiek project of een ruimtelijke ontwikkeling die maatschappelijk wenselijk is maar niet voorzien was bij het opstellen van het plan.
Afwijken mag nooit zomaar. De gemeente moet aantonen dat de afwijking in lijn is met een goede ruimtelijke ordening. Dat betekent dat er een heldere motivering nodig is: waarom past de afwijking toch binnen de bredere visie op het gebied? Een beeldkwaliteitsplan speelt hierbij vaak een ondersteunende rol, omdat het de gewenste ruimtelijke kwaliteit vastlegt en als toetsingskader dient voor nieuwe initiatieven.
Niet elke aanvraag leidt automatisch tot een positief besluit. De gemeente weegt belangen af, kijkt naar omgevingsfactoren en betrekt in veel gevallen omwonenden of andere belanghebbenden bij de besluitvorming.
Het verschil tussen een binnenplanse en buitenplanse afwijking zit in de grondslag: een binnenplanse afwijking is al voorzien in het bestemmingsplan zelf, terwijl een buitenplanse afwijking buiten de kaders van het plan valt en een aparte wettelijke bevoegdheid vereist.
Het onderscheid is praktisch belangrijk: een binnenplanse afwijking verloopt doorgaans sneller en met minder bestuurlijk risico dan een buitenplanse afwijking.
De procedure voor een afwijking van het bestemmingsplan hangt af van het type afwijking en de omvang van het project. In de meeste gevallen doorloopt een aanvraag de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo of de Omgevingswet.
Bij de reguliere procedure geldt een beslistermijn van acht weken, met een mogelijke verlenging van zes weken. Deze procedure is van toepassing op kleinere, minder ingrijpende afwijkingen. Bij de uitgebreide procedure gaat het om een termijn van zes maanden. Dit traject omvat:
Een goede ruimtelijke onderbouwing is bij beide procedures essentieel. Zonder een overtuigende motivering loopt de gemeente het risico dat het besluit juridisch sneuvelt. Een beeldkwaliteitsplan of een landschapsvisie kan daarbij dienen als inhoudelijk fundament.
Afwijken van het bestemmingsplan brengt juridische, maatschappelijke en bestuurlijke risico’s met zich mee. Het grootste risico is dat het besluit wordt aangevochten door omwonenden of andere belanghebbenden, met vertraging of vernietiging van de vergunning als gevolg.
Veelvoorkomende risico’s zijn:
Een zorgvuldige voorbereiding, heldere communicatie en een robuuste ruimtelijke onderbouwing verminderen deze risico’s aanzienlijk.
Met de invoering van de Omgevingswet in 2024 is het stelsel voor afwijkingen grondig herzien. Het bestemmingsplan bestaat niet meer als zelfstandig instrument: het is vervangen door het omgevingsplan. Afwijkingen van het omgevingsplan verlopen voortaan via de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
De BOPA is de opvolger van de buitenplanse afwijking onder de Wabo. Gemeenten hebben hierbij meer beoordelingsruimte gekregen, maar ook meer verantwoordelijkheid. Ze moeten zelf afwegen of een activiteit in lijn is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, een nieuw centraal begrip in de Omgevingswet.
Gemeenten die nog werken met tijdelijke omgevingsplannen (het zogenoemde omgevingsplan van rechtswege) kunnen tot 2032 gebruikmaken van overgangsrecht. In die periode gelden deels nog de oude regels. Het is voor gemeenten dan ook verstandig om de eigen plannen tijdig te actualiseren en te toetsen aan de nieuwe systematiek. Een voorbeeld van een actueel project laat zien hoe deze nieuwe kaders in de praktijk worden toegepast.
Wanneer een gemeente wil afwijken van het bestemmingsplan of omgevingsplan, is een stevige inhoudelijke onderbouwing onmisbaar. Wij ondersteunen gemeenten bij het ontwikkelen van die onderbouwing, zodat afwijkingen juridisch houdbaar zijn en passen binnen de bredere ruimtelijke visie op een gebied.
Wat wij daarbij bieden:
Wil je weten hoe wij jouw gemeente kunnen ondersteunen bij ruimtelijke vraagstukken? Neem contact op en we denken graag met je mee.
Ja, een gemeente mag afwijken van het bestemmingsplan, maar alleen onder strikte voorwaarden en via een vastgestelde procedure. Afwijken is geen vrijblijvende keuze: er moet altijd een wettelijke grondslag zijn, en de afwijking moet goed onderbouwd worden. Bij complexe ruimtelijke vraagstukken kan een bureau als BoschSlabbers gemeenten ondersteunen met een stevige onderbouwing via een beeldkwaliteitsplan of landschapsvisie. In dit artikel lees je wanneer afwijken is toegestaan, welke procedures gelden en wat de risico’s zijn.
Een gemeente mag afwijken van het bestemmingsplan wanneer een activiteit niet past binnen de geldende regels, maar er wel een wettelijke bevoegdheid bestaat om een uitzondering te maken. Dit kan gaan om een tijdelijke situatie, een specifiek project of een ruimtelijke ontwikkeling die maatschappelijk wenselijk is maar niet voorzien was bij het opstellen van het plan.
Afwijken mag nooit zomaar. De gemeente moet aantonen dat de afwijking in lijn is met een goede ruimtelijke ordening. Dat betekent dat er een heldere motivering nodig is: waarom past de afwijking toch binnen de bredere visie op het gebied? Een beeldkwaliteitsplan speelt hierbij vaak een ondersteunende rol, omdat het de gewenste ruimtelijke kwaliteit vastlegt en als toetsingskader dient voor nieuwe initiatieven.
Niet elke aanvraag leidt automatisch tot een positief besluit. De gemeente weegt belangen af, kijkt naar omgevingsfactoren en betrekt in veel gevallen omwonenden of andere belanghebbenden bij de besluitvorming.
Het verschil tussen een binnenplanse en buitenplanse afwijking zit in de grondslag: een binnenplanse afwijking is al voorzien in het bestemmingsplan zelf, terwijl een buitenplanse afwijking buiten de kaders van het plan valt en een aparte wettelijke bevoegdheid vereist.
Het onderscheid is praktisch belangrijk: een binnenplanse afwijking verloopt doorgaans sneller en met minder bestuurlijk risico dan een buitenplanse afwijking.
De procedure voor een afwijking van het bestemmingsplan hangt af van het type afwijking en de omvang van het project. In de meeste gevallen doorloopt een aanvraag de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo of de Omgevingswet.
Bij de reguliere procedure geldt een beslistermijn van acht weken, met een mogelijke verlenging van zes weken. Deze procedure is van toepassing op kleinere, minder ingrijpende afwijkingen. Bij de uitgebreide procedure gaat het om een termijn van zes maanden. Dit traject omvat:
Een goede ruimtelijke onderbouwing is bij beide procedures essentieel. Zonder een overtuigende motivering loopt de gemeente het risico dat het besluit juridisch sneuvelt. Een beeldkwaliteitsplan of een landschapsvisie kan daarbij dienen als inhoudelijk fundament.
Afwijken van het bestemmingsplan brengt juridische, maatschappelijke en bestuurlijke risico’s met zich mee. Het grootste risico is dat het besluit wordt aangevochten door omwonenden of andere belanghebbenden, met vertraging of vernietiging van de vergunning als gevolg.
Veelvoorkomende risico’s zijn:
Een zorgvuldige voorbereiding, heldere communicatie en een robuuste ruimtelijke onderbouwing verminderen deze risico’s aanzienlijk.
Met de invoering van de Omgevingswet in 2024 is het stelsel voor afwijkingen grondig herzien. Het bestemmingsplan bestaat niet meer als zelfstandig instrument: het is vervangen door het omgevingsplan. Afwijkingen van het omgevingsplan verlopen voortaan via de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
De BOPA is de opvolger van de buitenplanse afwijking onder de Wabo. Gemeenten hebben hierbij meer beoordelingsruimte gekregen, maar ook meer verantwoordelijkheid. Ze moeten zelf afwegen of een activiteit in lijn is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, een nieuw centraal begrip in de Omgevingswet.
Gemeenten die nog werken met tijdelijke omgevingsplannen (het zogenoemde omgevingsplan van rechtswege) kunnen tot 2032 gebruikmaken van overgangsrecht. In die periode gelden deels nog de oude regels. Het is voor gemeenten dan ook verstandig om de eigen plannen tijdig te actualiseren en te toetsen aan de nieuwe systematiek. Een voorbeeld van een actueel project laat zien hoe deze nieuwe kaders in de praktijk worden toegepast.
Wanneer een gemeente wil afwijken van het bestemmingsplan of omgevingsplan, is een stevige inhoudelijke onderbouwing onmisbaar. Wij ondersteunen gemeenten bij het ontwikkelen van die onderbouwing, zodat afwijkingen juridisch houdbaar zijn en passen binnen de bredere ruimtelijke visie op een gebied.
Wat wij daarbij bieden:
Wil je weten hoe wij jouw gemeente kunnen ondersteunen bij ruimtelijke vraagstukken? Neem contact op en we denken graag met je mee.