Nieuws - 22 aug 2026

Wat zijn de 3 soorten dijken?

Er zijn in Nederland drie soorten dijken: primaire waterkeringen, regionale waterkeringen en niet-primaire waterkeringen. Elk type heeft een eigen beschermingsfunctie, een eigen wettelijk kader en een eigen beheerder. De indeling bepaalt mede wanneer dijkversterking noodzakelijk is en wie daarvoor verantwoordelijk is. Bij BoschSlabbers werken we regelmatig aan ruimtelijke vraagstukken rondom waterkeringen, van landschapsvisies voor deltadammen tot klimaatadaptieve ingrepen langs regionale keringen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de drie dijktypen.

Wat onderscheidt de drie dijktypen van elkaar?

De drie dijktypen onderscheiden zich van elkaar op basis van het beschermingsniveau, de wettelijke status en de beheerder. Primaire waterkeringen beschermen tegen buitenwater zoals de zee en grote rivieren. Regionale waterkeringen beschermen tegen binnenwater in polders en regionale watersystemen. Niet-primaire waterkeringen vallen buiten beide categorieën en hebben een aanvullende of historische functie.

De indeling is niet willekeurig. Ze volgt uit de mate van risico en de omvang van het gebied dat bij een doorbraak overstroomt. Hoe groter het potentiële gevaar, hoe strenger de normen en hoe zwaarder het toezicht. Dit heeft directe gevolgen voor wie verantwoordelijk is voor onderhoud, inspectie en dijkversterking.

Wat is een primaire waterkering en waar liggen die?

Een primaire waterkering is een waterkering die Nederland beschermt tegen overstromingen vanuit zee, grote meren of grote rivieren zoals de Rijn, Maas en Waal. Deze dijken, duinen en dammen zijn wettelijk vastgelegd in de Waterwet en vallen onder de verantwoordelijkheid van het Rijk en de waterschappen. Ze liggen langs de kust, de grote rivieren en de Zuiderzeewerken.

Voorbeelden van primaire waterkeringen zijn de Deltawerken in Zeeland, de Afsluitdijk en de dijken langs de IJssel. Ze moeten voldoen aan strenge veiligheidsnormen die per dijktraject zijn vastgesteld op basis van de kans op overstroming en de gevolgen daarvan. De normen worden periodiek getoetst en aangescherpt, zeker nu klimaatverandering de waterafvoer en de zeespiegel beïnvloedt.

Wat zijn regionale waterkeringen en welke functie hebben ze?

Regionale waterkeringen zijn dijken en kades die het regionale watersysteem beschermen, zoals poldergebieden, boezemwateren en stedelijke watergangen. Ze keren geen buitenwater, maar voorkomen dat water uit regionale kanalen, meren of boezemwateren het omliggende land instroomt. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer en de toetsing van deze keringen.

Regionale waterkeringen zijn minder prominent in het nieuws dan primaire dijken, maar ze zijn cruciaal voor de dagelijkse waterhuishouding in laaggelegen gebieden. Een doorbraak van een regionale kering leidt weliswaar tot kleinere overstroomde oppervlakten, maar kan lokaal grote schade veroorzaken aan bebouwing, infrastructuur en landbouw. De normen voor regionale keringen worden vastgesteld door de provincies.

Wat zijn niet-primaire waterkeringen?

Niet-primaire waterkeringen zijn alle waterkeringen die niet zijn aangewezen als primaire of regionale waterkering, maar wel een beschermende functie hebben. Denk aan oude slaperdijken, compartimenteringskeringen of keringen die een secundaire verdedigingslinie vormen. Ze zijn niet wettelijk genormeerd via de Waterwet, maar kunnen lokaal van groot belang zijn.

Omdat niet-primaire waterkeringen geen formele toetsingsverplichting kennen, is er minder zicht op hun toestand. Toch spelen ze een rol in het totale watersysteem, bijvoorbeeld als achtervang bij een doorbraak van een primaire kering. In stedelijke herontwikkeling en ruimtelijke planvorming verdienen ze daarom aandacht, ook al ontbreekt een wettelijke verplichting tot dijkversterking.

Hoe bepaalt de wet welk dijktype waar geldt?

De Waterwet bepaalt welke waterkeringen als primair worden aangemerkt. Primaire waterkeringen zijn opgenomen in de legger van het Rijk en worden per trajectnummer geïdentificeerd. Provincies wijzen via provinciale verordeningen de regionale waterkeringen aan. Wat buiten beide aanwijzingen valt, geldt automatisch als niet-primaire waterkering.

De wettelijke indeling heeft praktische gevolgen voor vergunningverlening, beheer en financiering. Gemeenten die ruimtelijke plannen maken in de buurt van waterkeringen moeten rekening houden met de beschermingszone rondom elke kering. Binnen die zone gelden beperkingen voor bouwen, graven en beplanting. Dit maakt de dijkindeling ook relevant voor ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling.

Welke dijktypen zijn het meest kwetsbaar voor klimaatverandering?

Primaire waterkeringen zijn het meest blootgesteld aan de directe effecten van klimaatverandering, zoals stijgende zeespiegels, hogere rivierafvoeren en extremere stormen. Maar ook regionale waterkeringen staan onder druk door intensievere neerslag en langere droogteperioden, die de stabiliteit van veendijken aantasten.

Veendijken vormen een bijzondere categorie. Ze zijn opgebouwd uit veen, een materiaal dat krimpt bij droogte en verzwakt bij langdurige hitte. Juist in het westen en noorden van Nederland liggen veel regionale veendijken die kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Dijkversterking van veendijken vraagt om andere technieken dan bij zand- of kleidijken, en vraagt om een integrale landschappelijke aanpak.

Wanneer is een dijkversterking noodzakelijk en wie beslist dat?

Dijkversterking is noodzakelijk wanneer een waterkering niet meer voldoet aan de wettelijk vastgestelde veiligheidsnorm. Voor primaire waterkeringen voert het waterschap elke twaalf jaar een formele toetsing uit. Voldoet een dijktraject niet, dan wordt het opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voor financiering en uitvoering van de versterking.

De beslissing over dijkversterking ligt bij de waterschappen, in samenwerking met Rijkswaterstaat voor primaire keringen en met provincies voor regionale keringen. Gemeenten spelen een rol bij de ruimtelijke inpassing van versterkingsprojecten. Een dijkversterking is namelijk niet alleen een technische opgave: ze raakt aan landschap, erfgoed, natuur en leefomgeving. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging van belangen.

  1. Toetsing van de kering aan de geldende veiligheidsnorm
  2. Vaststelling van de versterkingsopgave door het waterschap
  3. Aanmelding bij het HWBP voor cofinanciering door het Rijk
  4. Verkenning van versterkingsalternatieven inclusief ruimtelijke effecten
  5. Besluitvorming en uitvoering in samenwerking met gemeenten en provincie

Hoe BoschSlabbers helpt bij dijkversterking en waterkeringen

Dijkversterking is meer dan een technische ingreep. Het raakt aan landschap, natuur, erfgoed en de leefomgeving van omwonenden. Wij bij BoschSlabbers bieden gemeenten en waterschappen een integrale aanpak die veiligheid combineert met ruimtelijke kwaliteit. Onze landschapsvisies geven richting aan versterkingsprojecten waarbij kernkwaliteiten behouden blijven en nieuwe kansen worden benut.

Wat wij bieden:

  • Landschapsvisies voor primaire en regionale waterkeringen
  • Ruimtelijke verkenningen bij dijkversterkingsalternatieven
  • Integratie van klimaatadaptatie, natuur en erfgoed in versterkingsplannen
  • Begeleiding van participatieprocessen met omwonenden en stakeholders
  • Expertise op het gebied van veendijken en kwetsbare landschapstypen

Benieuwd hoe wij uw gemeente of waterschap kunnen ondersteunen bij een versterkingsopgave? Bekijk onze projecten voor voorbeelden van eerdere opdrachten, of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek over uw specifieke situatie.

Nieuws - 22 aug 2026

Wat zijn de 3 soorten dijken?

Er zijn in Nederland drie soorten dijken: primaire waterkeringen, regionale waterkeringen en niet-primaire waterkeringen. Elk type heeft een eigen beschermingsfunctie, een eigen wettelijk kader en een eigen beheerder. De indeling bepaalt mede wanneer dijkversterking noodzakelijk is en wie daarvoor verantwoordelijk is. Bij BoschSlabbers werken we regelmatig aan ruimtelijke vraagstukken rondom waterkeringen, van landschapsvisies voor deltadammen tot klimaatadaptieve ingrepen langs regionale keringen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de drie dijktypen.

Wat onderscheidt de drie dijktypen van elkaar?

De drie dijktypen onderscheiden zich van elkaar op basis van het beschermingsniveau, de wettelijke status en de beheerder. Primaire waterkeringen beschermen tegen buitenwater zoals de zee en grote rivieren. Regionale waterkeringen beschermen tegen binnenwater in polders en regionale watersystemen. Niet-primaire waterkeringen vallen buiten beide categorieën en hebben een aanvullende of historische functie.

De indeling is niet willekeurig. Ze volgt uit de mate van risico en de omvang van het gebied dat bij een doorbraak overstroomt. Hoe groter het potentiële gevaar, hoe strenger de normen en hoe zwaarder het toezicht. Dit heeft directe gevolgen voor wie verantwoordelijk is voor onderhoud, inspectie en dijkversterking.

Wat is een primaire waterkering en waar liggen die?

Een primaire waterkering is een waterkering die Nederland beschermt tegen overstromingen vanuit zee, grote meren of grote rivieren zoals de Rijn, Maas en Waal. Deze dijken, duinen en dammen zijn wettelijk vastgelegd in de Waterwet en vallen onder de verantwoordelijkheid van het Rijk en de waterschappen. Ze liggen langs de kust, de grote rivieren en de Zuiderzeewerken.

Voorbeelden van primaire waterkeringen zijn de Deltawerken in Zeeland, de Afsluitdijk en de dijken langs de IJssel. Ze moeten voldoen aan strenge veiligheidsnormen die per dijktraject zijn vastgesteld op basis van de kans op overstroming en de gevolgen daarvan. De normen worden periodiek getoetst en aangescherpt, zeker nu klimaatverandering de waterafvoer en de zeespiegel beïnvloedt.

Wat zijn regionale waterkeringen en welke functie hebben ze?

Regionale waterkeringen zijn dijken en kades die het regionale watersysteem beschermen, zoals poldergebieden, boezemwateren en stedelijke watergangen. Ze keren geen buitenwater, maar voorkomen dat water uit regionale kanalen, meren of boezemwateren het omliggende land instroomt. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer en de toetsing van deze keringen.

Regionale waterkeringen zijn minder prominent in het nieuws dan primaire dijken, maar ze zijn cruciaal voor de dagelijkse waterhuishouding in laaggelegen gebieden. Een doorbraak van een regionale kering leidt weliswaar tot kleinere overstroomde oppervlakten, maar kan lokaal grote schade veroorzaken aan bebouwing, infrastructuur en landbouw. De normen voor regionale keringen worden vastgesteld door de provincies.

Wat zijn niet-primaire waterkeringen?

Niet-primaire waterkeringen zijn alle waterkeringen die niet zijn aangewezen als primaire of regionale waterkering, maar wel een beschermende functie hebben. Denk aan oude slaperdijken, compartimenteringskeringen of keringen die een secundaire verdedigingslinie vormen. Ze zijn niet wettelijk genormeerd via de Waterwet, maar kunnen lokaal van groot belang zijn.

Omdat niet-primaire waterkeringen geen formele toetsingsverplichting kennen, is er minder zicht op hun toestand. Toch spelen ze een rol in het totale watersysteem, bijvoorbeeld als achtervang bij een doorbraak van een primaire kering. In stedelijke herontwikkeling en ruimtelijke planvorming verdienen ze daarom aandacht, ook al ontbreekt een wettelijke verplichting tot dijkversterking.

Hoe bepaalt de wet welk dijktype waar geldt?

De Waterwet bepaalt welke waterkeringen als primair worden aangemerkt. Primaire waterkeringen zijn opgenomen in de legger van het Rijk en worden per trajectnummer geïdentificeerd. Provincies wijzen via provinciale verordeningen de regionale waterkeringen aan. Wat buiten beide aanwijzingen valt, geldt automatisch als niet-primaire waterkering.

De wettelijke indeling heeft praktische gevolgen voor vergunningverlening, beheer en financiering. Gemeenten die ruimtelijke plannen maken in de buurt van waterkeringen moeten rekening houden met de beschermingszone rondom elke kering. Binnen die zone gelden beperkingen voor bouwen, graven en beplanting. Dit maakt de dijkindeling ook relevant voor ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling.

Welke dijktypen zijn het meest kwetsbaar voor klimaatverandering?

Primaire waterkeringen zijn het meest blootgesteld aan de directe effecten van klimaatverandering, zoals stijgende zeespiegels, hogere rivierafvoeren en extremere stormen. Maar ook regionale waterkeringen staan onder druk door intensievere neerslag en langere droogteperioden, die de stabiliteit van veendijken aantasten.

Veendijken vormen een bijzondere categorie. Ze zijn opgebouwd uit veen, een materiaal dat krimpt bij droogte en verzwakt bij langdurige hitte. Juist in het westen en noorden van Nederland liggen veel regionale veendijken die kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Dijkversterking van veendijken vraagt om andere technieken dan bij zand- of kleidijken, en vraagt om een integrale landschappelijke aanpak.

Wanneer is een dijkversterking noodzakelijk en wie beslist dat?

Dijkversterking is noodzakelijk wanneer een waterkering niet meer voldoet aan de wettelijk vastgestelde veiligheidsnorm. Voor primaire waterkeringen voert het waterschap elke twaalf jaar een formele toetsing uit. Voldoet een dijktraject niet, dan wordt het opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voor financiering en uitvoering van de versterking.

De beslissing over dijkversterking ligt bij de waterschappen, in samenwerking met Rijkswaterstaat voor primaire keringen en met provincies voor regionale keringen. Gemeenten spelen een rol bij de ruimtelijke inpassing van versterkingsprojecten. Een dijkversterking is namelijk niet alleen een technische opgave: ze raakt aan landschap, erfgoed, natuur en leefomgeving. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging van belangen.

  1. Toetsing van de kering aan de geldende veiligheidsnorm
  2. Vaststelling van de versterkingsopgave door het waterschap
  3. Aanmelding bij het HWBP voor cofinanciering door het Rijk
  4. Verkenning van versterkingsalternatieven inclusief ruimtelijke effecten
  5. Besluitvorming en uitvoering in samenwerking met gemeenten en provincie

Hoe BoschSlabbers helpt bij dijkversterking en waterkeringen

Dijkversterking is meer dan een technische ingreep. Het raakt aan landschap, natuur, erfgoed en de leefomgeving van omwonenden. Wij bij BoschSlabbers bieden gemeenten en waterschappen een integrale aanpak die veiligheid combineert met ruimtelijke kwaliteit. Onze landschapsvisies geven richting aan versterkingsprojecten waarbij kernkwaliteiten behouden blijven en nieuwe kansen worden benut.

Wat wij bieden:

  • Landschapsvisies voor primaire en regionale waterkeringen
  • Ruimtelijke verkenningen bij dijkversterkingsalternatieven
  • Integratie van klimaatadaptatie, natuur en erfgoed in versterkingsplannen
  • Begeleiding van participatieprocessen met omwonenden en stakeholders
  • Expertise op het gebied van veendijken en kwetsbare landschapstypen

Benieuwd hoe wij uw gemeente of waterschap kunnen ondersteunen bij een versterkingsopgave? Bekijk onze projecten voor voorbeelden van eerdere opdrachten, of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek over uw specifieke situatie.