De invoering van de Omgevingswet heeft het Nederlandse vergunningslandschap ingrijpend veranderd. Voor gemeenten betekent dit nieuwe procedures, andere eisen en aangepaste werkwijzen bij het verlenen van vergunningen voor ruimtelijke ontwikkelingen. BoschSlabbers begrijpt als ervaren landschapsarchitect hoe deze regelgeving invloed heeft op uw projecten en kan u helpen bij het navigeren door de nieuwe vereisten.
Deze wijzigingen raken niet alleen de administratieve processen, maar hebben ook directe gevolgen voor de manier waarop landschapsarchitectuur en ruimtelijke ontwikkeling worden benaderd. Van duurzaamheidseisen tot klimaatadaptatie: de nieuwe wet vraagt om een integrale benadering die perfect aansluit bij onze werkwijze.
De Omgevingswet vervangt 26 verschillende wetten door één integrale wet die alle ruimtelijke activiteiten regelt. Voor vergunningen betekent dit dat de omgevingsvergunning de centrale vergunning wordt voor bouwen, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en waterbeheer.
De wet introduceert een nieuwe systematiek waarbij niet langer alleen wordt gekeken naar wat niet mag, maar vooral naar wat wél mogelijk is binnen de gestelde kaders. Dit vraagt om een omslag in denken: van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren, maar moeten wel duidelijke kaders stellen in hun omgevingsplan.
Een belangrijk onderdeel is het beeldkwaliteitsplan, dat gemeenten kunnen opstellen om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Dit plan vormt de basis voor de beoordeling van vergunningaanvragen en geeft ontwikkelaars duidelijkheid over de verwachtingen.
De omgevingsvergunning bundelt verschillende vergunningen die voorheen apart moesten worden aangevraagd. Dit omvat bouwvergunningen, milieuvergunningen, sloopvergunningen, kapvergunningen en vergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden.
Specifiek gaat het om de volgende activiteiten:
Voor landschapsprojecten betekent dit dat bijvoorbeeld het aanleggen van een park, het plaatsen van straatmeubilair en het kappen van bomen in één vergunningprocedure kunnen worden afgehandeld, mits de gemeente dit zo heeft ingericht.
Het vergunningsproces is gestroomlijnd en gedigitaliseerd, met als doel snellere en betere besluitvorming. Gemeenten moeten binnen acht weken beslissen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning, met de mogelijkheid tot verlenging in complexe gevallen.
De belangrijkste veranderingen in het proces zijn: een digitale aanvraag via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), geïntegreerde toetsing van alle aspecten in één procedure en meer ruimte voor vooroverleg tussen gemeente en aanvrager. Ook is een verplichte motivering bij afwijzing ingevoerd, waarin duidelijk wordt waarom de aanvraag niet past binnen de gestelde kaders.
Gemeenten moeten een omgevingsplan opstellen dat alle regels voor de fysieke leefomgeving bevat. Dit plan vervangt het bestemmingsplan en verschillende andere plannen en verordeningen. Het beeldkwaliteitsplan kan onderdeel uitmaken van dit omgevingsplan.
Landschapsarchitectuurprojecten kunnen nu integraler worden benaderd, waarbij ecologie, waterbeheer, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit in één procedure worden meegewogen. Dit sluit aan bij de holistische werkwijze die in de sector steeds belangrijker wordt.
Voor projecten betekent dit dat er meer aandacht komt voor de samenhang tussen verschillende aspecten. Een parkontwerp moet bijvoorbeeld niet alleen mooi zijn, maar ook bijdragen aan waterberging, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Het beeldkwaliteitsplan kan hierbij richting geven aan de gewenste kwaliteit.
De nieuwe regelgeving biedt ook meer mogelijkheden voor experimenteren en innovatie. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld gebiedsgerichte regelgeving opstellen die beter aansluit bij de specifieke kenmerken en ambities van een gebied. Dit opent kansen voor creatieve landschapsoplossingen die voorheen mogelijk niet binnen de regelgeving pasten.
De Omgevingswet stelt duurzaamheid en klimaatadaptatie centraal in alle ruimtelijke beslissingen. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan aandacht besteden aan klimaatbestendigheid, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit.
Concrete eisen kunnen betrekking hebben op:
Het beeldkwaliteitsplan kan deze eisen concreet maken voor specifieke gebieden. Hierin kunnen gemeenten bijvoorbeeld voorschrijven dat nieuwe parken moeten bijdragen aan wateropvang of dat straatbomen moeten worden gekozen op basis van klimaatbestendigheid.
De voorbereiding op de nieuwe regelgeving vraagt om een systematische aanpak waarbij beleid, organisatie en uitvoering op elkaar worden afgestemd. Begin met het opstellen van een omgevingsplan dat alle ambities en regels voor uw gemeente bevat.
Essentiële stappen zijn het inventariseren van de huidige regelgeving en knelpunten, het formuleren van een integrale visie op de fysieke leefomgeving en het opstellen van een omgevingsplan met bijbehorende regels. Ook het trainen van medewerkers in de nieuwe procedures en het inrichten van digitale processen via het DSO zijn cruciaal.
Betrek bewoners en ondernemers actief bij het opstellen van het omgevingsplan. Hun kennis en wensen zijn waardevol voor het creëren van draagvlak en het identificeren van kansen. Een goed beeldkwaliteitsplan ontstaat in dialoog met de mensen die de ruimte dagelijks gebruiken.
Wij ondersteunen gemeenten bij de overgang naar de nieuwe regelgeving door onze expertise in landschapsarchitectuur en ruimtelijke ordening te combineren met kennis van de Omgevingswet. Onze integrale benadering sluit perfect aan bij de systematiek van de nieuwe wet.
Concrete ondersteuning bieden wij op de volgende gebieden:
Met meer dan 25 jaar ervaring begrijpen wij hoe complexe ruimtelijke vraagstukken kunnen worden vertaald naar heldere, werkbare kaders. Bekijk onze eerdere projecten om te zien hoe wij gemeenten hebben geholpen bij vergelijkbare uitdagingen, of neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over uw specifieke situatie.
De invoering van de Omgevingswet heeft het Nederlandse vergunningslandschap ingrijpend veranderd. Voor gemeenten betekent dit nieuwe procedures, andere eisen en aangepaste werkwijzen bij het verlenen van vergunningen voor ruimtelijke ontwikkelingen. BoschSlabbers begrijpt als ervaren landschapsarchitect hoe deze regelgeving invloed heeft op uw projecten en kan u helpen bij het navigeren door de nieuwe vereisten.
Deze wijzigingen raken niet alleen de administratieve processen, maar hebben ook directe gevolgen voor de manier waarop landschapsarchitectuur en ruimtelijke ontwikkeling worden benaderd. Van duurzaamheidseisen tot klimaatadaptatie: de nieuwe wet vraagt om een integrale benadering die perfect aansluit bij onze werkwijze.
De Omgevingswet vervangt 26 verschillende wetten door één integrale wet die alle ruimtelijke activiteiten regelt. Voor vergunningen betekent dit dat de omgevingsvergunning de centrale vergunning wordt voor bouwen, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en waterbeheer.
De wet introduceert een nieuwe systematiek waarbij niet langer alleen wordt gekeken naar wat niet mag, maar vooral naar wat wél mogelijk is binnen de gestelde kaders. Dit vraagt om een omslag in denken: van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren, maar moeten wel duidelijke kaders stellen in hun omgevingsplan.
Een belangrijk onderdeel is het beeldkwaliteitsplan, dat gemeenten kunnen opstellen om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Dit plan vormt de basis voor de beoordeling van vergunningaanvragen en geeft ontwikkelaars duidelijkheid over de verwachtingen.
De omgevingsvergunning bundelt verschillende vergunningen die voorheen apart moesten worden aangevraagd. Dit omvat bouwvergunningen, milieuvergunningen, sloopvergunningen, kapvergunningen en vergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden.
Specifiek gaat het om de volgende activiteiten:
Voor landschapsprojecten betekent dit dat bijvoorbeeld het aanleggen van een park, het plaatsen van straatmeubilair en het kappen van bomen in één vergunningprocedure kunnen worden afgehandeld, mits de gemeente dit zo heeft ingericht.
Het vergunningsproces is gestroomlijnd en gedigitaliseerd, met als doel snellere en betere besluitvorming. Gemeenten moeten binnen acht weken beslissen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning, met de mogelijkheid tot verlenging in complexe gevallen.
De belangrijkste veranderingen in het proces zijn: een digitale aanvraag via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), geïntegreerde toetsing van alle aspecten in één procedure en meer ruimte voor vooroverleg tussen gemeente en aanvrager. Ook is een verplichte motivering bij afwijzing ingevoerd, waarin duidelijk wordt waarom de aanvraag niet past binnen de gestelde kaders.
Gemeenten moeten een omgevingsplan opstellen dat alle regels voor de fysieke leefomgeving bevat. Dit plan vervangt het bestemmingsplan en verschillende andere plannen en verordeningen. Het beeldkwaliteitsplan kan onderdeel uitmaken van dit omgevingsplan.
Landschapsarchitectuurprojecten kunnen nu integraler worden benaderd, waarbij ecologie, waterbeheer, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit in één procedure worden meegewogen. Dit sluit aan bij de holistische werkwijze die in de sector steeds belangrijker wordt.
Voor projecten betekent dit dat er meer aandacht komt voor de samenhang tussen verschillende aspecten. Een parkontwerp moet bijvoorbeeld niet alleen mooi zijn, maar ook bijdragen aan waterberging, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Het beeldkwaliteitsplan kan hierbij richting geven aan de gewenste kwaliteit.
De nieuwe regelgeving biedt ook meer mogelijkheden voor experimenteren en innovatie. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld gebiedsgerichte regelgeving opstellen die beter aansluit bij de specifieke kenmerken en ambities van een gebied. Dit opent kansen voor creatieve landschapsoplossingen die voorheen mogelijk niet binnen de regelgeving pasten.
De Omgevingswet stelt duurzaamheid en klimaatadaptatie centraal in alle ruimtelijke beslissingen. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan aandacht besteden aan klimaatbestendigheid, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit.
Concrete eisen kunnen betrekking hebben op:
Het beeldkwaliteitsplan kan deze eisen concreet maken voor specifieke gebieden. Hierin kunnen gemeenten bijvoorbeeld voorschrijven dat nieuwe parken moeten bijdragen aan wateropvang of dat straatbomen moeten worden gekozen op basis van klimaatbestendigheid.
De voorbereiding op de nieuwe regelgeving vraagt om een systematische aanpak waarbij beleid, organisatie en uitvoering op elkaar worden afgestemd. Begin met het opstellen van een omgevingsplan dat alle ambities en regels voor uw gemeente bevat.
Essentiële stappen zijn het inventariseren van de huidige regelgeving en knelpunten, het formuleren van een integrale visie op de fysieke leefomgeving en het opstellen van een omgevingsplan met bijbehorende regels. Ook het trainen van medewerkers in de nieuwe procedures en het inrichten van digitale processen via het DSO zijn cruciaal.
Betrek bewoners en ondernemers actief bij het opstellen van het omgevingsplan. Hun kennis en wensen zijn waardevol voor het creëren van draagvlak en het identificeren van kansen. Een goed beeldkwaliteitsplan ontstaat in dialoog met de mensen die de ruimte dagelijks gebruiken.
Wij ondersteunen gemeenten bij de overgang naar de nieuwe regelgeving door onze expertise in landschapsarchitectuur en ruimtelijke ordening te combineren met kennis van de Omgevingswet. Onze integrale benadering sluit perfect aan bij de systematiek van de nieuwe wet.
Concrete ondersteuning bieden wij op de volgende gebieden:
Met meer dan 25 jaar ervaring begrijpen wij hoe complexe ruimtelijke vraagstukken kunnen worden vertaald naar heldere, werkbare kaders. Bekijk onze eerdere projecten om te zien hoe wij gemeenten hebben geholpen bij vergelijkbare uitdagingen, of neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over uw specifieke situatie.